Ik kreeg van de week een vraag over de anti-haat wet in Schotland, die haatzaaien en oproepen tot geweld op grond van transgenderidentiteit, leeftijd, handicap, godsdienst, nationaliteit en seksuele geaardheid strafbaar stelt.

Het doel van deze wet is heel nobel, namelijk nu de polarisatie steeds verder toeneemt en daarmee ook de onderlinge haat, wil men de samenleving middels deze strafwet toleranter maken.

De uitwerking ervan kan echter zowel letterlijk als figuurlijk heel eng zijn.

Letterlijk, omdat degene die zich beledigd voelt leidend is en er niet bewezen hoeft te worden dat het ‘bewust’ beledigend was bedoeld. Een onterechte klacht kan zo leiden tot 7 jaar gevangenisstraf, enkel en alleen omdat de klager zich beledigd voelt. Men gaat van feiten naar gevoelens en dat is een hellend vlak.

Figuurlijk is dit een zorgwekkende ontwikkeling, omdat het de vrijheid van meningsuiting ogenschijnlijk beperkt en vernauwd. En alhoewel het recht op vrijheid van meningsuiting zoals vastgelegd in het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) geen absoluut recht is, zorgt het wegvallen van de bewijslast van bewust gedrag, voor een enger bereik van dit recht.

De vraag is nu, is dit een zorgwekkend precedent en een zoveelste censuurwet die er in de toekomst voor zorgt dat ieder verkeerd woord genadeloos wordt afgestraft? Of zal het allemaal niet zo’n vaart lopen en heeft het vooral een signaleringsfunctie over hoe onze samenleving ervoor staat?

Om te begrijpen hoe dit nu zit en hoe wetten steeds vaker meer bijdragen aan de wurggreep dan aan het belang dat zij behoren te dienen, is het goed om te weten hoe wetten in principe ontstaan en welke beperking mensenrechten hebben.

Simpel gezegd ontstaan wetten als reactie op ontwikkelingen in de samenleving.

Er is een probleem, een vraag, een dringende oproep, en bepaalde groepen of belangen komen klem te zitten. Men probeert via de aanpassing van de wet, dan wel nieuwe wetgeving hierop in te spelen en dit probleem op te lossen.

Als het gaat om mensenrechten is het belangrijk te weten dat de meesten niet absoluut zijn. Dat wil zeggen dat jouw recht kan en mag worden beperkt als zij botsen met de vrijheden van anderen dan wel het algemeen belang. Hierbij zijn diverse beginselen betrokken, die mede bepalen welke inbreuk dan wel begrenzing mogelijk is.

Daarbij mag je geen wetten overtreden door uitoefening van je recht.

Denk hierbij in Nederland aan dat je niet op basis van ras, godsdienst, levensovertuiging, beperking of seksuele geaardheid iemand bewust mag beledigen. Ook is er een verbod tot het openbaar aanzetten tot discriminatie, haat of geweld.

Er zijn slechts vier absolute grondrechten die nooit mogen worden beperkt om andere (maatschappelijke) belangen veilig te stellen. Dat is het verbod op foltering, het verbod op slavernij, het verbod op retroactieve bestraffing én het recht op gewetensvrijheid. Jouw vrijheid van meningsuiting valt hier niet onder en dus moet je in je uiting rekening houden met anderen.

De begrenzing ligt daarin wel dat dit bewust moet worden gedaan.

Dit in tegenstelling tot deze anti-haat wet waarbij de perceptie van het slachtoffer leidend is. Met het criterium: kan een redelijk persoon het als bedreigend of beledigend opvatten? Je zal dan als verdediging moeten aantonen dat jouw acties redelijk waren en niet gericht op belediging dan wel bedreiging. Waarmee je dus eigenlijk ook zegt dat de klagende partij geen redelijk persoon is. Wat dus weer als belediging kan worden opgevat. Etcetera.

We belanden op deze wijze in een juridische wurggreep, waarbij de wet niet het daadwerkelijke probleem oplost, maar middels toenemende controle en beperkingen slechts het gevolg aanpakt. Censuurwetten zijn in die zin vooral controle wetten. Waarbij het belang dat de wet dient, in dit geval een tolerantere samenleving, volledig uit het oog wordt verloren.

En doordat al dan niet bewust of onbewust de polarisatie, angst en weerstand tegen andersdenkenden wordt vergroot, nemen ook de frustratie, grove uitingen en dito verwensingen toe. Hierdoor kan men de censuurwetten weer rechtvaardigen en belanden we ook daardoor in vicieuze (juridische) cirkel.

Deze wet is een duidelijk voorbeeld hoe recht als fuik kan werken.

En daarom zeg ik al langer: we doen het zelf. We creëren dat waar we het meeste aandacht aan geven. En hoe meer we in de verdeeldheid blijven, hoe meer de controle wordt opgevoerd. Want blijkbaar komen we er samen niet uit. Dus moet men wel ingrijpen. De kunst is om holistisch te kijken. Alleen dan vind je de weg uit deze wurggreep.

Want wat zegt dit soort wetten over onze samenleving?

  • De polarisatie is dusdanig groot aan het worden dat het als probleem ervaren wordt.
  • Dientengevolge is er een toename van openbare (online) haat, bedreigingen en beledigingen.
  • Men is steeds sneller ‘offended’ en gevoelens nemen steeds meer de overhand in alle aspecten van de samenleving, ook in beleid en wetten.
  • Velen lopen steeds meer op eieren en velen hebben hun grens bereikt.
  • Onze systemen beschouwen de samenleving nog steeds niet holistisch en kunstgrepen als een maakbare samenleving en controle worden non-stop ingezet om het lek te dichten.

Samenvattend wat er werkelijk speelt, is een vervaging van normen en waarden, van wederzijds respect en rekening houden met elkaar. Men is gaan vingerwijzen in plaats van in de spiegel gaan kijken, we zijn collectief weer terug bij af en zitten weer vast in de wurggreep van schuld, waarbij we als kleine kinderen gaan jengelen bij onze ‘ouders’ om nog enige genoegdoening te krijgen voor het nare gevoel dat we hebben.

Het enige dat eenieder kan doen, is leiding en verantwoordelijkheid nemen over het eigen leven.

En als het gaat om de vrijheid van meningsuiting, kun jij jezelf afvragen of jouw recht om openlijk te zeggen wat jij van de ander vindt, zo belangrijk is dat dit perse gezegd moet worden op een toon van haat, disrespect en minachting, dan wel met woorden van geweld, bedreiging en verwensingen.

Het is nog altijd de toon die de muziek maakt.

 

Liefs, Eveline